Meisje op de Wallen

Ze staat zo dicht mogelijk tegen het raam. Rechterhand in haar zij, heup in een knikje. Een fluweelzacht, zwart lint losjes om haar hals geknoopt. Het valt in twee stroken over haar borsten zo groot als golfballen. De stroken komen samen bij haar vagina en kruipen via haar rug terug naar de knoop om haar hals.

Het is zondagmiddag, de klokt tikt bijna drie uur. De lucht boven de Monnikenstraat in Amsterdam kleurt grijs. De smalle, geelgepleisterde straat telt zeven Oud-Hollandse, bruine deuren met ramen naast elkaar. Daarboven rode luifels en rode tl-verlichting. De straat lijkt haar roes van afgelopen nacht nog uit te slapen: de meeste gordijnen zijn gesloten. Het meisje moet concurreren met slechts een ander opengeschoven gordijn, twee deuren rechts van haar.

Haar blonde haren draagt ze in twee knotten bovenop haar hoofd. Haar jukbeenderen zijn puntig, de schouders rank. Ze is tenger gebouwd, maar absoluut geen vel over been. Ze heeft dunne lippen, een spits neusje en bruingroene ogen waarboven middellange nepwimpers vakkundig zijn aangebracht.

Met open mond kauwt ze kauwgom. Haar blik volgt de mannen die door de straat lopen. Ze lacht niet. Zwaait niet. Tikt niet op het raam, geen gekke gebaren. Ze probeert de mannen te verleiden met haar blik, die zo strak is dat het bijna boosheid uitstraalt. Ze ziet eruit als een meisje dat je rug streelt als je verdrietig bent, maar je arm breekt als je haar te weinig betaalt. Wanneer ze oogcontact heeft, frummelt ze met haar vrije hand het zwarte lint opzij. Haar poes voor de helft zichtbaar.

Voor veel voorbijgangers is De Monnikenstraat een tussenstation, geen eindstation. Een groep toeristen dromt langs, daarna een handvol Ajaxsjaals. Oog voor de twee bezette ramen hebben ze niet. Een sterke wietlucht waait door de straat. Gejoel van voetbalfans die in nabijgelegen bruine cafés naar Ajax kijken, rolt de straat binnen. Het meisje krijgt er niets van mee.

Een man van minstens zestig laat zijn hond uit. Formaat kuitenbijtertje. De man heeft een zongebruind gezicht en een witte, volle haardos, net als zijn hondje. Zijn tred verraadt dat de Monnikenstraat geen onbekend terrein is. Hij loopt door de straat zoals mensen door hun woning lopen: ontspannen, dromerig en op de automatische piloot. Hij stapt op het meisje af. Ze opent de deur. Het hondje kwispelt voor zijn baasje uit naar binnen.

De man leunt nonchalant tegen de muur naast haar raam. Zijn linkerhand om de hondenlijn geklemd, de rechterhand hangt losjes naast zijn lichaam. Hij praat een minuut of vijf met het meisje en loopt dan naar de overkant van de straat. Daar knoopt hij de hondenlijn om een paaltje en geeft zijn kuitenbijter een snoepje. Een halfuur later knoopt hij het beestje weer los en lopen ze samen de straat uit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s